Toespraak tijdens de 82e Herdenking van de bijdrage van de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutistenbrigade aan Operatie Market Garden door de minister van Defensie, Dylan Yesilgoz-Zegerius op 19 september 2026 te Driel.
Dames en heren,
Op 1 juli 1944 werd Richard Kresge Tice 22 jaar.
Hij was ver van huis.
Niet in het uniform van zijn eigen land, Amerika, maar als luitenant in het Poolse leger.
Richard was geboren in Newton, New Jersey.
Maar toen in Europa de oorlog woedde, vond Richard dat hij niet aan de zijlijn kon blijven staan.
Hij meldde zich bij het Amerikaanse leger.
Daar werd hij om medische redenen afgekeurd.
Voor Richard was daarmee de zaak niet afgedaan.
Onder de indruk van de vastberadenheid waarmee de Polen voor hun land vochten…
…meldde hij zich samen met een vriend aan bij het Poolse leger.
Hij leerde de Poolse taal.
Doorliep de zware trainingen.
En sloot zich aan bij de Eerste Poolse Onafhankelijke Parachutistenbrigade van, toen nog, kolonel Sosabowski.
Zo kwam deze jonge Amerikaan in september 1944 hier terecht.
In Driel.
Richard en zijn kameraden dachten dat zij na de landing snel de Rijn zouden oversteken, om de ingesloten Britse troepen in Oosterbeek te versterken.
Maar geschikte boten waren er nauwelijks.
De oversteek liep vast.
En de Polen moesten posities innemen rond het dorp.
Richard en zijn compagnie bewaakten de zuidoostkant van Driel, bij boerderij De Baarskamp.
Vanuit een boomgaard klonk plotseling een stem in het Engels.
Richard dacht dat de geallieerde grondtroepen eindelijk waren aangekomen.
Omdat hij Engels sprak, probeerde hij contact te maken.
Maar in de boomgaard zaten Duitse militairen.
Zij openden het vuur.
Richard werd gedood.
Later probeerde een tweede Poolse eenheid zijn lichaam en het achtergebleven materieel terug te halen.
Ook daarbij kwamen Poolse militairen om het leven.
Richard Kresge Tice was 22 jaar oud.
Geboren in Amerika.
Strijdend onder Poolse vlag.
Gesneuveld op Nederlandse grond.
Drie landen in één levensverhaal.
Verbonden door de verdediging van de vrijheid.
Dames en heren,
Mijn eerste werkbezoek als minister van Defensie bracht mij dit voorjaar naar Kyiv en daarna naar Polen.
Niet toevallig in die volgorde.
In Kyiv sprak ik met president Zelensky.
Over de oorlog.
Over wat Oekraïne nodig heeft.
En over een duurzame vrede, die ook voor onze veiligheid essentieel is.
Daarna bezocht ik in Polen Nederlandse militairen van de Air and Missile Defence Task Force.
Zij beschermden daar met Patriot-luchtverdediging en antidronesystemen een belangrijk logistiek knooppunt voor de steun aan Oekraïne.
Een deel van hen doet dat nog altijd.
Met onze Patriot-luchtverdediging houden Nederlandse militairen deze cruciale aanvoerroute veilig.
Toen ik daar stond, zag ik hoe verleden en heden elkaar raken.
In 1944 kwamen Poolse militairen naar Nederland om onze vrijheid te verdedigen.
Vandaag staan Nederlandse militairen in Polen om diezelfde vrijheid te beschermen.
Dat is nodig.
Want wie denkt dat deze oorlog ophoudt bij de Oekraïense grens, hoeft alleen maar naar Polen, Roemenië of Leipzig te kijken.
Deze zomer kwam vermoedelijk een Russische kruisraket neer op Pools grondgebied.
In Roemenië drongen dit jaar al tientallen drones ongeoorloofd het luchtruim binnen.
En in Leipzig werd een drone met explosieven gevonden bij een Oekraïens vrachtvliegtuig.
Raketten en drones trekken zich niets aan van grenzen.
Hybride aanvallen evenmin.
De oostflank is niet de verre rand van Europa.
Het is onze gezamenlijke voorste verdedigingslinie.
Daarom blijven wij Oekraïne steunen.
Niet alleen omdat hun strijd ons raakt.
Maar omdat hun veiligheid verbonden is met de onze.
Echte vrede krijgt een kans wanneer Oekraïne sterk genoeg staat om de eigen vrijheid te verdedigen.
Echte vrede vraagt dat we samen een grens stellen aan agressie.
Daarom versterken wij onze krijgsmacht.
En daarom moet Europa meer verantwoordelijkheid nemen voor de eigen veiligheid.
We geven meer uit.
We produceren meer.
We werken meer samen.
Nederland, Duitsland, Polen en Zweden werken bijvoorbeeld aan een Europese onderhoudsfaciliteit voor Patriot-raketten.
Maar we zijn er nog niet.
Extra geld is nog geen extra slagkracht.
Dat wordt het pas als we samen plannen, samen inkopen, samen produceren en samen oefenen.
Dat laatste gebeurde juist de afgelopen weken tijdens Falcon Leap.
Militairen uit elf landen – onder wie Nederlanders en Polen – oefenden samen luchtlandingsoperaties.
In 1944 kwamen de Polen hierheen omdat oorlog hen daartoe dwong.
Nu oefenen wij samen om oorlog te voorkomen.
Dat is vooruitgang.
Dat is afschrikking.
En dat is onze opdracht.
Want vrijheid wordt niet beschermd door mooie woorden alleen.
Vrijheid vraagt mensen die bereid zijn ervoor op te staan.
Mensen als Richard.
En als de Poolse militairen die hier vochten, vielen en hun kameraden niet achterlieten.
Zij kwamen voor onze vrijheid.
Zij brachten daarvoor het hoogste offer.
Wij zullen hen niet vergeten.
En wij zullen hun offer eren door samen de vrijheid te blijven beschermen waarvoor zij hun leven gaven.
Dank u wel.
