Geschiedenis Stichting

Geschiedenis Stichtingwapen

Polen in Driel
Op 21 september 1944 landden 1003 parachutisten van de 1ste  Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade in Driel en omgeving om deel te nemen aan de Slag om Arnhem.

Een jaar na deze datum werd een comité opgericht, Comité Driel – Polen (thans Stichting Driel-Polen) genaamd, dat zich tot doel stelt het laten voortbestaan van de nagedachtenis aan de bijdrage van de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade aan de Slag om Arnhem, door het jaarlijks organiseren van een herdenking, het verspreiden van informatie over de bijdrage van de Poolse militairen aan de Slag om Arnhem en het betrekken van inwoners van Driel bij de herdenkingen.

Op 21 september 1945 hebben de inwoners van Driel de graven van alle Poolse gesneuvelden geadopteerd. Het jaar daarna werden bloemen en planten gebracht naar de graven van de Poolse parachutisten, die kort tevoren herbegraven waren op de Airborne Begraafplaats in Oosterbeek.

In december 1946 stuurden de schoolkinderen kerstwensen aan alle parachutisten die bij Driel gevochten hadden.

In februari 1947 schonken de Poolse parachutisten een groot bedrag voor de wederopbouw van de jongensschool, die tijdens de strijd als Militair Hospitaal had gediend. In mei 1949 werd aan de herbouwde school de naam St. Stanislaus Kostka School gegeven, de straat waaraan de school lag kreeg de naam Casimirstraat en het voormalige Dorpsplein werd Sosabowskiplein.

Het bestuur van de voormalige gemeente Heteren, waartoe Driel behoorde, verleende op 18 september 1954 het Ereburgerschap aan generaal-majoor S.F. Sosabowski.

Door de inwoners van Driel werd op 12 september 1959 een vaandel aangeboden aan de Veteranenbond van de Poolse Luchtlandingsstrijd- krachten.

Historie Herdenkingen
Sinds 1946 wordt ieder jaar in Driel in september een herdenking gehouden. Vele veteranen van alle rangen en uit alle windstreken hebben in de loop der jaren Driel bezocht en aan de herdenkingen deelgenomen.

Het eerste, voorlopige,  Poolse Oorlogsmonument in Driel werd op 21 september 1946 onthuld door Luitenant-kolonel A. Szczerbo – Rawicz.

Het definitieve Oorlogsmonument, vervaardigd door de beeldhouwer J. Vlasblom uit Rotterdam, werd op 16 september 1961 aangeboden. Generaal-majoor S. F. Sosabowski verrichtte de onthulling.
Het monument werd daarna aan de hoede van het gemeentebestuur van Heteren – sinds 1 januari 2001 gemeente Overbetuwe – toevertrouwd.
De sokkel symboliseert het Poolse Volk. Daarin wordt, op een van het dagelijks rumoer afgewende plaats, de Poolse aarde bewaard geflankeerd door de wapens van Polen en Warschau en bekroond met het embleem van de Poolse brigade.
Uit de sokkel rijst een dynamisch betonnen element: Polens geestkracht en onversaagde moed. Daaruit treedt te voorschijn de gestalte der jeugd, de toekomst die de vrijheid als kostbaar goed, als kleinood in de handen draagt.
Als de tijden donker zijn is het of deze gestalte verdwijnt, maar dit is slechts schijn. De vrijheid is er altijd en zich concentrerend op de nationale krachten, verleent zij aan Polen moed en geestkracht en altijd weer opnieuw gestalte.

Op 18 september 1969 ontvingen alle Poolse veteranen, die bij Driel gestreden hadden, een herinneringsmedaille.

De Stichting Lest We Forget verleent sinds 1979 financiële ondersteuning aan de veteranen die in Polen leven, om hen in de gelegenheid te stellen de herdenking bij te wonen.

Ter gelegenheid van de 35e herdenking van de Luchtlanding bij Driel werd aan weerszijden van het monument een zuil opgericht.
De ene zuil draagt een gedenksteen met de namen van alle 94 gesneuvelde officieren en manschappen van de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade.

Het wapen van Polen en de gedenksteen, die onderdeel vormden van het voorlopige monument, werden bevestigd op de andere zuil.
In september 1987 werd het monument geadopteerd door de kinderen van de drie basisscholen in Driel.
In de zomer van 1991 werd het plein rondom het monument gereconstrueerd. Het kreeg de naam Polenplein – Plac-Polski.

Eersherstel
Op 9 december 2005 heeft de Nederlandse regering besloten de Militaire Willems-Orde toe te kennen aan de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade voor de zeer bewonderenswaardige daden van moed, beleid en trouw betoond tijdens de Slag om Arnhem in september 1944. Tevens werd besloten aan generaal-majoor S.F. Sosabowski, die de eenheid leidde, postuum de Bronzen Leeuw te verlenen.

Op 31 mei 2006 heeft Hare Majesteit de Koningin op het Binnenhof in Den Haag de Militaire Willems-Orde uitgereikt, door de onderscheiding te hechten aan het vaandel van de 6th Polish Air Assault Brigade uit Kraków (Polen), die de traditie van de  1ste Poolse Onafhankelijke  Parachutisten Brigade voortzet. De kleinzoons van de generaal hebben, in naam van hun grootvader, de versierselen behorende bij de Bronzen Leeuw, van Koningin Beatrix in ontvangst genomen.

De geschiedenis over de totstandkoming van de toekenning van  de onderscheidingen komt uitvoerig aan de orde in de documentaire “God Bless Montgomery – De vergeten Polen in de Slag om Arnhem”  van onderzoeksjournalist Geertjan Lassche, uitgezonden door de Evangelische Omroep op 14 september 2004.

Hij maakte deze documentaire naar aanleiding van een interview met Cora Baltussen, die als verpleegster ervaringen had opgedaan met de Sosabowksi-brigade en die al in 1961 pleitte voor eerherstel van de Poolse eenheid.
In de documentaire wordt de brief van Koningin Wilhelmina uit 1946, met daarin de goedkeuring om een tiental leden van de Sosabowski-brigade te onderscheiden met een koninklijke dapperheids-onderscheiding, getoond.

Deze brief en het interview met Prins Bernhard, waarin hij de wens uitspreekt alsnog de onderscheiding toe te kennen, zijn aanleiding voor de regering geweest om de door de gehele Tweede Kamer der Staten-Generaal aangenomen motie tot onderzoek, om alsnog postuum te onderscheiden, uit te voeren.

Het Kapittel der Militaire Willems-Orde kreeg in december 2004 opdracht om onderzoek te doen.

Sosabowski Memorial Appeal
Veteranen van de 1st British Airborne Division en de Parachute Regiment Association juichten het eerherstel van de 1ste Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade toe en richtten een comité op met als doel het opzetten van een fonds om te komen tot de oprichting van een monument op het Polenplein – Plac-Polski  in Driel.

Dit monument, een sokkel met daarop een bronzen plaquette van generaal-majoor S.F. Sosabowksi (ontworpen door de beroemde beeldhouwster Vivien Mallock), is een eerbetoon aan hun dierbare Poolse kameraden. Zonder hun moed en vechtlust hadden de overlevenden van de 1ste British Airborne Divisie niet kunnen ontsnappen.

Het monument is tijdens de jaarlijks Herdenking op 16 september 2006 onthuld door dr. M.H. Sosabowksi, achterkleinzoon van generaal-majoor Sosabowski.  Namens H.M. de Koningin werd de plechtigheid bijgewoond door de Chef van Haar Militaire Huis, de Luitenant-Generaal A.J.G.M. Blomjous.

Van het “Major General Stanislaw Sosabowski Memorial Appeal” waren behalve Sir Brian Urquhart KCMG MBE en echtgenote, ook Major A.J. Hibbert MC en enkele andere leden aanwezig. Een jaar later werd de plaquette met de bijbehorende tekst aangeboden zie achterkant van deze brochure).

Toekomstige Herdenkingen
De herdenkingen vinden jaarlijks plaats in september. Om de 5 jaar wordt voorafgaande aan de herdenking een dropping gehouden waaraan Poolse en Nederlandse militairen deelnemen.

Sinds 1994 worden alle herdenkingen in het kader van de Slag om Arnhem gecoördineerd door de Stichting Airborne Herdenkingen (SAH).  De Stichting Driel- Polen is lid van deze stichting.

Vanaf 2001 is een jongerenprogramma aan het herdenkingsprogramma toegevoegd: de Airborne International Youth Conference (AIYC). Hiermee wordt invulling gegeven aan het thema van de SAH: ” Een brug naar de toekomst”. De jongeren worden actief bij de jaarlijkse herdenking in Driel betrokken.

Airborne Museum
Het Airborne Museum, Utrechtseweg 232, 6862 AZ Oosterbeek, geeft een volledig beeld van de geschiedenis van de Slag om Arnhem.
Het Informatiecentrum nabij de John Frostbrug in Arnhem (dependance van het Airborne Museum), geeft een beknopt overzicht weer.