Operatie Market Garden

Operatie Market Garden

Op 17 september 1944 begon de luchtlandingsoperatie Market Garden.  Drie divisies met Amerikaanse, Engelse en Poolse parachutisten zouden achter de Duitse linies gedropt worden. Hun opdracht was wegen en bruggen te bezetten tussen de frontlinie en de stad Arnhem en daarmee voor de grondtroepen de weg over de Rijn vrij te maken. De gehele operatie zou twee dagen duren. De slag om Arnhem duurde negen dagen en eindigde met de laatste Duitse overwinning van de Tweede Wereldoorlog.

Voor de luchtlandingsoperatie (Market) werd het 1e Geallieerde Luchtlandingsleger onder bevel van de Amerikaanse generaal  Levis Bereton aangewezen. Dit bestond uit de  Amerikaanse 101e Luchtlandingsdivisie onder bevel van generaal Maxwell Taylor met de opdracht de zes kanaalbruggen in de regio Eindhoven te veroveren. Vervolgens de 82e Amerikaanse Luchtlandingsdivisie onder bevel van generaal James Gavin.

Deze eenheid moest de brug over de Maas in Grave, de brug over het Maas-Waalkanaal bij Nijmegen en de brug over de Waal in Nijmegen bezetten. En tenslotte de 1e Britse Luchtlandingsdivisie onder bevel van generaal Robert Urquhart met daaraan toegevoegd de 1e Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade onder bevel van generaal Stanisław Sosabowski. Deze divisie moest de verkeersbrug en de pontonbrug over de Rijn in Arnhem en de spoorbrug bij Oosterbeek bezetten. Verder moesten de Duitse luchtafweerstellingen  rond Arnhem worden vernietigd.

Bij het opstellen van de plannen voor de luchtlandingsoperatie bleken er niet voldoende vliegtuigen te zijn om het hele invasieleger in één keer naar bet strijdtoneel over te vliegen. Men had hiervoor drie dagen nodig. Dat bleek achteraf een foute beslissing, want na de eerste dag misten de volgende luchtlandingen het verrassingselement, een onontbeerlijke voorwaarde voor het slagen van de luchtlandingsoperatie.

Tijdens de briefing heeft generaal Sosabowski hierop gewezen. Bovendien bleken de berichten van de inlichtingendienst over de sterkte van het Duitse leger in bet gebied waar de luchtlanding zou worden uitgevoerd onjuist. Tegen de verwachtingen van de Geallieerden in waren de Duitsers in staat vlot en succesvol tegen-maatregelen te nemen. Eenheden van het 2e SS Pantserkorps en elders in Nederland en Duitsland gelegerde Duitse troepen omsingelden de luchtlandingsdivisie van generaal Urquhart. De verovering van de bruggen bij Arnhem werd hierdoor verhinderd.

Duitse eenheden ten zuiden van de Rijn vertraagden met succes de opmars van het 30e Britse Legerkorps van generaal Horrocks. De opmars van de Britten werd bovendien bemoeilijkt door de omstandigheid dat het leger slechts gebruik kon maken van één opmarsweg door drassig terrein.

Op 17 september 1944 landde bij Arnhem als eerste de Britse 21e  Zelfstandige Parachutisten Compagnie onder bevel van majoor Gough om de droppings- en landingsterreinen te markeren. Vervolgens landde de 1e Parachutistenbrigade onder bevel van brigadegeneraal C.W. Lathbury, 1e Luchtlandingbrigade onder bevel van brigadegeneraal P.H.W. Hicks en een deel van het hoofdkwartier met de divisietroepen.

Bij Veghel en Son landde de 101e Amerikaanse Airborne divisie, ongeveer 6700 soldaten. Ze bereikte de meeste gestelde doelen: Sint Oedenrode met de brug over de rivier de Aa en de brug over het Willemskanaal. Bij Son werd helaas de brug opgeblazen. Bij Grave en Groesbeek landde de 82e Amerikaanse Airborne divisie, ca. 7000 soldaten. De brug over de Maas, de brug over het Maas-Waalkanaal en de heuvels rond Groesbeek werden vervolgens bezet. De  brug over de Waal in Nijmegen bleef echter in handen van de Duitsers.

In Arnhem, het meest noordelijke punt van de operatie Market Garden, bereikte het 2e Parachutistenbataljon onder luitenant-kolonel John Frost vrijwel ongehinderd de verkeersbrug in Arnhem. De Duitsers bliezen de spoorbrug op. Het 2Parachutistenbataljon veroverde de huizen aan de noordelijke kant. Het bleek onmogelijk het zuidelijke bruggenhoofd te bereiken. Daar zaten Duitsers troepen die elke beweging op de brug verhinderden.

Op 18 september 1944 waren de weersverwachtingen slecht. Door mist en  laaghangende bewolking vertrokken de 4e Britse Parachutistenbrigade (commandant generaal J.W. Hackett) en de zweefvliegtuigen waarin hun materiaal vervoerd werd met 6 uur vertraging. Ook waren daarbij zweef-vliegtuigen met eenheden die de eerste dag niet overgevlogen waren en een detachement Polen met vijf 6 ponder anti-tankkanonnen.

Na de landing melden de Polen zich bij het Britse hoofdkwartier dat in het hotel Hartenstein in Oosterbeek gevestigd was. Onder de gelande Poolse soldaten bevond zich ook oorlogscorrespondent vaandrig Marek Swiecicki. Zijn eerste bericht naar Engeland klonk zeer enthousiast.

Op de tweede dag na de landing wist het 2e Parachutistenbataljon ondanks herhaalde hevige Duitse aanvallen het noordelijke bruggenhoofd van de brug in Arnhem te behouden. Door sterke Duitse tegenstand in de buitenwijken van Arnhem mislukten de pogingen van het 1e en het 3e Parachutistenbataljon om ook de brug te bereiken.

Op 19 september had de hele Poolse Onafhankelijke Parachutisten Brigade ten zuiden van de Rijnbrug bij Arnhem gedropt zullen worden. Door de aanhoudende dichte mist werd het vertrek afgelast. Dit nadat de troepen in hoogste staat van paraatheid tot drie maal toe aan boord van de vliegtuigen waren gegaan om vervolgens weer uit te stijgen.

Die dag vertrokken alleen 35 zweefvliegtuigen met 18 6 ponder anti tankkanonnen en de jeeps van de Poolse geneeskundige eenheid. Bij het geplande landingsterrein voor de Poolse zweefvliegtuigen ten noorden van Oosterbeek bij het landgoed Papendaal werd zwaar gevochten. De zweefvliegtuigen landden in het centrum van de strijd. De verliezen waren groot. De vliegtuigen werden reeds in de lucht of direct na de landing beschoten.

Verschillende zweefvliegtuigen vlogen in brand, de uitrusting ging verloren. Van de 87 soldaten sneuvelden er vijf terwijl er elf gewond raakten. Van de 18  6 ponder kanonnen konden er slechts drie worden gered. Door de geleden verliezen ontbeerde het de Poolse brigade later aan slagkracht.

Ondertussen werd bij de brug in Arnhem zwaar gevochten. De Duitsers waren over de verrassing heen en probeerden met alle macht de Airbornes te liquideren. Vanuit heel Nederland en Duitsland werden eenheden naar Arnhem gestuurd. De Britten konden het noordelijke bruggenhoofd vasthouden, maar de verliezen waren groot.

Pogingen van vier bataljons, het 1e, 3e en 11e Parachutistenbataljon en het 2e bataljon van het South Staffordshire Regiment om de brug te bereiken liepen vast op Duitse troepen, nu versterkt waren met gemotoriseerde kanonnen.

Bij  het  aanbreken van de dag op dinsdagmorgen 19september keerde generaal Urquart terug op zijn hoofdkwartier in hotel Hartenstein in Oosterbeek. Hij was de dag ervoor tijdens de gevechten van zijn strijdmacht afgesneden en had zich op een zolder in Arnhem moeten schuilhouden.

De Amerikaanse 82e divisie leverde een zware slag om de brug in Nijmegen, terwijl het 30e Corps van generaal Horrocks slechts moeizaam in de richting Arnhem kon oprukken.

Op 20 september werd om zeven uur ‘s morgens de Poolse brigade weer in staat van paraatheid gebracht. Mist rees tot 12000 voet boven de grond.  In de namiddag werd het vertrek van de Polen afgelast. Zo gingen 2 dagen (19 en 20 september) voorbij van wachten en van het besef dat andere landgenoten in Nederland vochten en dat de opstandelingen in Warschau in eenzaamheid een ongelijke strijd tegen de vijand voerden.

Vergeefs vochten in Nijmegen de Amerikaanse 82e Airborne divisie met hulp van eenheden van het 30e Korps om de verovering van de Waalbrug.

De Duitsers veroverden de hoogte De Westerbouwing ten westen van Oosterbeek. Hierdoor en omdat de Nederlandse veerbaas de kabel van de veerpont gekapt had was de Drielse veer voor de Britten en later ook voor de Polen onbruikbaar geworden.

Wanhopig vochten de resten van het 2ebataljon van Frost bij het noordelijke bruggenhoofd in Arnhem. Het geplande droppingsterrein voor de  Polen ten zuiden van de Rijnbrug was nu niet meer bruikbaar. De Poolse brigade zou daarom boven Driel gedropt worden om vervolgens de Rijn over te steken om de Britse Airborne divisie te versterken.